Moodgate.nl

Geschiedenis Plattegrond Restaurants in uw regio Aangesloten Moodgate® Partners Aanmelden als Moodgate® Partner

Geschiedenis

Middeleeuwen

Bussum was lange tijd een onbetekenend dorpje op de Gooise heide, voor het eerst genoemd in 1306. Het was een buurtschap, omgeven door heide en bossen en werd bewoond door boeren, voerlieden en schaapherders, later ook spinsters en wevers. Men neemt aan dat de naam is afgeleid van Bos-hem (en niet Bos-heim, zoals een plaatselijke tennisvereniging genoemd is), wat "huis in het bos" betekent. Gelegen bij de versterkte vesting Naarden werd Bussum vanaf 1369 door Naarden bestuurd. In 1470 woonden er ongeveer 250 mensen. Bussum was daarmee het kleinste dorp in het Gooi.

Nieuwe tijd
Na 1700 vormde de afgraving van de hoge gronden rond Naarden een belangrijke bron van inkomsten. Aan deze zandafgravingen dankte Bussum zijn hoogteverschillen, die tot onder meer tot uiting komen en benut worden in de haven, het zogeheten Mouwtje en het Bilderdijkplantsoen. Achterstelling door de stad Naarden was er de oorzaak van dat de ruim 300 Bussumers in het gevolg van de Franse revolutie van 1795 een eigen bestuur kozen. In 1817 mocht het dorp zich officieel afscheiden van Naarden.
Aantekening: In het kader van een ophanden zijnde gemeentelijke herindeling en schaalvergroting in het Gooi en de Vechtstreek (zie ook hieronder), is het zeer waarschijnlijk dat Bussum en Naarden opnieuw verenigd zullen worden, al dan niet met andere fusiepartners. Die wens leefde al langer bij inwoners, mede omdat beide plaatsen geheel tegen elkaar aan zijn gegroeid.

Ontwikkeling van 1874 tot 1940
Het zelfstandige Bussum ontwikkelde zich aanvankelijk maar moeizaam. In 1873 had het dorp nog niet meer dan 1200 inwoners. De groei van Bussum nam pas echt een aanvang met de komst van de spoorlijn Amsterdam-Amersfoort en de opening van het station Naarden/Bussum in 1874. Toen vestigden zich met name rijke Amsterdammers in het ongerepte en gezond gelegen dorp, die zo toch in de hoofdstad konden blijven werken. Dan gaat het hard: in 1919 zijn er al 18.000 inwoners. Het dorp streefde de vesting Naarden in omvang al spoedig voorbij. Samen met Alkmaar en Den Helder was Bussum in 1920 qua inwonertal de vierde gemeente in Noord-Holland na Amsterdam, Haarlem en Hilversum. In 1940 worden de 30.000 inwoners bereikt.

Tot de rijke import behoorde de familie Dreesmann (van V&D). Deze familie gaf ook een fors bedrag voor de bouw van de Sint Vituskerk, evenals in Hilversum ontworpen door de beroemde architect Pierre Cuypers (1894), een van de weinige monumenten die de overigens fraai gebouwde gemeente rijk is (thans echter in gebruik als complex van woonappartementen).

Tijdens de Eerste Wereldoorlog herbergde Bussum het opmerkelijk grote getal van meer dan 1000 Belgische vluchtelingen, waaronder enkele schrijvers. Dit aantal was mede het werk van uitgever C.A.J. van Dishoeck, die zich als Zeeuw verwant voelde met de Belgen en die ook veel beroemde Belgische auteurs uitgaf. Van Dishoeck was voorzitter van het plaatselijke vluchtelingencomité en lid van het landelijk hoofdbestuur. Ook kwamen er in die tijd veel werklieden en dienstboden uit het Noorden van Nederland, vooral Friesland, naar Bussum toe, aangetrokken door de zandafgravingen en bouwwerkzaamheden en werkgelegenheid in de grote villa's die verrezen. Fraaie villawijken werden gebouwd: eerst in het Spiegel, westelijk van de spoorlijn, later onder meer het kleinere Prins Hendrikpark oostelijk van het station Naarden-Bussum, en in de jaren dertig het Brediuskwartier. Door latere uitbreiding van Naarden buiten de vesting raakten beide plaatsen aan elkaar gebouwd.